Kimm van Hulzen woont sinds anderhalf jaar op Sluiseiland (Arnhem) samen met haar drie dochters. FARO sprak onlangs met haar en vroeg: Hoe is het om op deze bijzondere plek te wonen?

“Het is echt een eiland, je kunt hier alleen komen door de brug over te gaan. Er is één brug voor auto’s en drie bruggetjes waar je met de fiets overheen kunt. We hebben geen achtertuin, maar een vlonder aan het water. Het geeft een heel open en vrij gevoel om hier te wonen.”

Vrijheid en rust
“Ik heb erover nagedacht waarom ik het hier zo fijn vind en ik denk dat het voor mij het water is. Ik drink ook het liefst buiten mijn koffie, op de vlonder. Dat water geeft mij zo’n gevoel van vrijheid en rust. Als de tuinvogeltelling is tellen wij de zwanen, ganzen, visduikertjes, meerkoeten en eenden die voorbij zwemmen. Je woont in de stad, die is vlakbij met alle voorzieningen en tegelijkertijd zitten we hier volledig vrij. Het huis heeft grote ramen aan de achterkant. Dat geeft een gevoel van ruimte, je kunt ver weg kijken. Aan de voorkant is het een rijtjeshuis, maar als je binnenkomt word je verrast door het licht en de openheid. Ook leuk is de extra slaapkamer hier beneden, daar slaap ikzelf. Die kan je als ‘extra ruimte’ bij de woonkamer betrekken. Je bent er een beetje afgezonderd van de rest maar toch lekker dichtbij. We komen uit een heel oud huis waar altijd veel aan moest gebeuren, maar het comfort van nieuwbouw is ook wel heel erg fijn.

Ondanks dat we in een rijtje wonen, hebben we veel privacy. Ik woon hier met mijn drie dochters, Puck, Kiki en Femm. Ze hebben alle drie een eigen kamer. We hebben ook een bootje, daar zijn ze in de zomer altijd mee op pad. We zijn heel veel op de vlonder, we hebben zelfs een hangmat. Er staat een bankje en we zitten daar heerlijk, ook als het koud is met een dekentje. Het voelt haast als een buitenhuisje. De meiden hebben al een slaapfeestje onder de sterrenhemel gehad.”

Kleinschalig en mooie vormgeving
“Ik vind de kleinschaligheid heel fijn. Wat ik ook heel leuk vond is dat we met alle buren tegelijk de sleutel kregen. Er was meteen veel interactie. De samenstelling van de wijk is redelijk gemixt. Er wonen ook veel jonge stellen en er worden veel baby’s geboren, wat veel vreugde geeft.

De huizen zijn mooi vormgegeven, ik vind de steen erg mooi. Er is veel moeite gedaan om het groen goed aan te leggen. In de zomer is het vol en uitbundig. Wat bv. ook leuk is is de zonwering boven de vlonder, die bestaat uit dikke balken. Je bent verplicht om die te laten begroeien, dat zorgt straks voor schaduw.”

“De kinderen zeggen altijd: wij wonen op een eiland.”

Buiten zijn
“Aan de overkant van de straat hebben alle huizen links van de voordeur een zitje dat in het ontwerp is opgenomen. De kinderen zijn veel buiten, vaak varen ze met het bootje een rondje rond het eiland. Ze gaan ook altijd even kijken op de plek waar vroeger de sluis was en waar nu houten vlonders zijn gemaakt. Op de kop van onze rij huizen is een zitje gemaakt waar je uitkijkt over het water. Daar drinken we in de zomer vaak koffie, want daar is ‘s avonds nog lekker zon. Je ziet dat er in het ontwerp van de wijk veel aandacht is besteed aan buiten zijn en ruimte voor ontmoeting.

Al deze huizen waren al verkocht. Toen kwam er eentje terug op Funda en dat huis heb ik uiteindelijk kunnen krijgen. Het voelt alsof het zo heeft moeten zijn: een huis dat me past als een jas op een heel fijne plek. Mijn plek.”

Interview: Maika Eggink

00/00