Dit plan betreft een duurzame, sociale en landschappelijke, deels tijdelijke uitbreiding op Texel. Waar nu een grote vraag is naar woningen zal deze naar verwachting in de toekomst afnemen. De verplaatsbare woningen zijn te gast in een waardevol nieuw landschap dat als sociale drager ingezet wordt. De woningen zijn geclusterd in een aantal erven, die elk een collectieve groene ruimte delen en samen in een nieuw openbaar landschap gebed zijn. In plaats van een suburbane uitbreiding vormt het plan zo een landschappelijk toevoeging.

  • Programma 140 eengezinswoningen waarvan 100 tijdelijk en verplaatsbaar
  • Woningdichtheid 18 woningen/ha
  • Opdrachtgever Gemeente Texel / Woontij
  • Aannemer Diverse aannemers
  • Gereed 2019-2020
00/00
FARO architecten Buurtskap de Tuunen Texel 03
FARO architecten Buurtskap de Tuunen Texel 05
FARO architecten Buurtskap de Tuunen Texel 02
FARO architecten Buurtskap de Tuunen Texel 06

Tijdelijk, sociaal en superduurzaam

Buurtskap de Tuunen komt voort uit IABR projectatelier Planet Texel (FARO&La4sale 2014) en is een landschappelijk plan in opdracht van de Gemeente Texel en woningcorporatie Woontij voor een nieuwe buurt bij Den Burg met 140 woningen op 7,5 hectare (18 w/ha). De 100 sociale woningen worden ontwikkeld door woningcorporatie Woontij. Verschillende geprefabriceerde energie-neutrale en circulaire landelijke gebouwtypes worden direct vanaf de fabriek op de locatie geplaatst.

Bijzonder in dit project is de tijdelijkheid; de 100 sociale woningen die nu urgent zijn, moeten van de provincie over 20 jaar weer weg kunnen. De normaliter niet gestelde vraag wat je dan achter laat, heeft ons ertoe aangezet om de ontwikkeling niet als wijk maar als landschap op te vatten. Een landschap waar verplaatsbare woningen te gast zijn, en waarbij onder- en bovengrondse infrastructuur zo licht mogelijk zijn.

Tweede bijzonderheid is dat dit landschap als sociale drager wordt ingezet. Bewoners (waarvan 20 met zorgbehoefte) worden zowel ruimtelijk als in een interactief proces ‘georganiseerd’ rondom het vele collectief te gebruiken en beheren groen.

Pas echt innovatief, en wat ons betreft geslaagd, zal de wijk zijn als er ook sociaal iets verandert t.o.v. de conventionele wijken. Als er tussen de geheel private wereld van de particuliere tuin en de helemaal publieke wereld van de openbare weg een wereld bestaat van gedeeld privé en collectief; als er ruimtes en plekken zijn die de bewoners met elkaar delen, waar ze elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten als gemeenschap ontplooien.

Waar ouderen en kinderen, autochtonen en allochtonen, rijkeren en minder rijken, denkers en doeners, met elkaar voedsel kunnen verbouwen, dieren verzorgen, water beheren, tuinen onderhouden, bomen snoeien, sporten, spelen en samen eten. Niet omdat het moet (we leven niet meer in de sixties), maar omdat het kan. Het ontwerp van het landschap en de typologie van de gebouwen wil hiertoe uitnodigen en plek voor bieden. Het organiseren, stimuleren en ondersteunen van de bewoners hierin is cruciaal.

We zijn in onze welvaartsgroei en individualisering van de afgelopen decennia het samen doen en delen een beetje verleerd. We hebben er ook veel vrijheid voor teruggekregen, maar het gevoel ergens bij te horen en aan bij te kunnen dragen wordt steeds meer gemist. Een beetje hulp om dat te hervinden en in de woonomgeving in te bedden is dus nodig. Her en der wordt er voorzichtig geëxperimenteerd met moderne en pragmatische modellen van samenwerking tussen overheid en burgers, en participatie van bewoners. De ervaring van die partijen, waaronder ook de gemeente Texel en Woontij, moet hier vanaf het begin worden ingezet in de planvorming. Want dat zou het grootste succes zijn, als het ons lukt om een voedingsbodem te creëren voor het ontstaan van een plek die sociaal juist niet tijdelijk maar superduurzaam is. Op dit moment wordt hier een concrete invulling aan gegeven.

In het Beeldkwaliteitsplan voor de architectuur wordt sterk gestuurd op architectuur die past bij het idioom op Texel. In het stedenbouwkundig ontwerp bouwen we met gebouwen op erven voort op de boerenlogica van een erf: ieder erf heeft een hoofdhuis en een aantal schuren en eventueel kassen. Meerdere woningen op het erf kunnen samengesteld worden tot een schuurvolume.

Diversiteit is een vorm van risicospreiding en leidt tot ruimtelijke en sociale rijkdom. Wat betreft de beeldkwaliteit is het kiezen voor een tijdloos materiaal- en kleurpalet en regels voor de volumes, goothoogtes en kappen een belangrijk middel om een grondtoon te maken waarbinnen variatie mogelijk is.

Bekijk hoe Buurtskap de Tuunen gaat worden in dit animatiefilmpje